Heropbouw van de Vinkelse kerk.                       

Voorwoord                        
Voorgeschiedenis              Algemeen Verslag 
Architect                    
Financiering          
Parochie uitbreiding
Tot Besluit               
Klokken Geschiedenis 
Opschrift der Klokken
De verdere aankleding       Krantenknipsels 
Indeling nieuwe Kerk         van die tijd
Eenvoudig
De veranderingen
De Kerk consecratie
Waarom deze kerk wij deze kerk mooi vinden

Voorwoord

Het memoriale van pastoor Vogels bevestigt het Vergiliaanse vers:"Forsan et haec olim meminisse juvabit". (Voor ons is het een aansporing, zijn voorbeeld na te volgen.) Het verhaal zal meer zakelijk zijn: de levende paardenkracht van de tachtiger jaren is vervangen door de levenloze paardenkrachten van dragline, tractor en lier. De eerste opzichter, Albert Peskens uit Oss zal een fotoalbum samenstellen, zijn assistent, Tonny v. Loosbroek uit Oss, die als leerling van de MTS hier een jaar praktijk komt doen, verslaat de dagelijkse gang van zaken.

                                                                                                           Top

Voorgeschiedenis.

Op de lijst van "herbouw van kerken" in ons bisdom stond Vinkel ongeveer achteraan. We hadden een zeer goede noodkerk en er waren hier geen bijzondere omstandigheden (zoals de verplaatsing van de dorpskern in Empel en Maren Kessel),die een spoedige herbouw nodig maakten . Het wachten op onze beurt is niet moeilijk geweest. Tot 1950 waren meerdere parochianen in kippenkooien gehuisvest, voor de bouw der nieuwe kerk moest een woning worden afgebroken. Tijdens de wachtperiode konden we onze financiŽle positie versterken. Na enkele jaren zullen de bouwkosten wel dalen (integendeel). Vele beperkende voorschriften zullen zijn opgeheven, en wie weet? In de bouwwereld gonst het over nieuwe vormen.

                                                                                                                                             Top

Architect

De bouw van de noodkerk en de restauratie van de pastorie gaven aan architect J. de Reus uit Oss het nooit uitgesproken recht, zich als bouwheer van de nieuwe kerk aan te dienen. In januari 1952 heeft ons kerkbestuur hem de definitieve opdracht gegeven. Onze enige wens was: een korte brede kerk, met veel licht. Aan het bisdom hebben we vrijstelling gevraagd van de verplichting, de z.g.  Zweedse spanten te gebruiken, die bij de bouw van kerken beneden de 500 zitplaatsen waren voorgeschreven. Door tussenkomst van Rector v. Helvoirt, bisschoppelijk bouwinspecteur, onze coursgenoot en kranscollega, werd deze vrijstelling vlot gegeven.

De eerste schetstekening ging in de richting van een basiliek. Enkele maanden later schakelden we over naar een soort koepelkerk, door de rector afgewezen als "oudbakken". "Er waaide een nieuwe geest, in die richting moesten we het zoeken". Na een studiereis, aanbevolen door Rector v. Helvoirt, in Zwitserland waren we wel overtuigd, dat ook in moderne stijl een waardig Godshuis gebouwd kan worden. Thuisgekomen is de architect met veel ambitie begonnen. Er werd veel getekend en veel papier vuil gemaakt. Er moest overgeschakeld worden  Op een nieuwe manier van bouwen.

                                                                                                                                         Top

Financiering.

We staan er niet bijzonder gunstig voor. De rijksbijdrage herstel oorlogsschade word berekend naar het aantal zitplaatsen in de oude kerk. Iedere uitbereiding is voor eigen rekening, ongeveer 300 gulden per plaats. het schaderapport stelt het aantal zitplaatsen op 312, deze hadden er kunnen zijn, in werkelijkheid was het aantal 278. De inventaris van de oude kerk was beneden peil. Toch hebben de taxateurs een bedrag aangegeven van 26.000 gulden (In Nuland 67.000). Als rijksbijdrage mogen verwachten 312 *300 plus 26.000 = een totaal 120.000 gulden. Uit eigen middelen kunnen we 30.000 gulden bijpassen. Bouw en inventaris van de nieuwe kerk is beraamd op ongeveer 250.000gulden. In het najaar van 1953 heeft het kerkbestuur de gezinshoofden ter vergadering bijeen geroepen. Er kwamen nog al wat plannen uit de bus: maandelijks een openschaal collecte, nu en dan een danstent exploiteren, 'n loterij uitschrijven enz. Het voorstel van het kerkbestuur was: Het ontbrekende geld opnemen en de parochianen betalen de rente, wekelijks een kwartje per gezin. "Dan komen we er goedkoop af, en hoeven we niet verder te praten" was het gezegde! November  '54  zijn we met dit rente fonds begonnen.

                                                                                                                                         Top

Parochie uitbreiding

Er werd een verbod gelegd op de bouw van nieuwe woningen na de vier arbeiderswoningen in Geffen, mogen er van gemeentewegen geen andere woningen meer gebouwd worden. Vinkel zal een zuivere plattelands parochie blijven, tengevolge van grondgebrek zal ook de bouw van nieuwe boerderijen zeer beperkt blijven. Een noemenswaardige toename van het zielenaantal is dus niet te verwachten. tussen 1950 - 1953 is, vooral ook door emigratie, het zielenaantal teruggelopen van 1370 - 1200. het aantal kerkbezoekers bedraagt nu ongeveer duizend. Na 10 jaren kunnen we aan de parochianen de luxe van 3 H. missen niet meer ontnemen. Vanuit de abdij van Heeswijk en het Nulandse klooster is ook gemakkelijk assistentie te bekomen. Volgens menselijke berekeningen is dus en kerk met 400 zitplaatsen groot genoeg.

                                                                                                                                     Top

Tot besluit:

We mogen dankbaar zijn, dat de kerk van Pastoor Vogels oorlogsslachtoffer is geworden. Zoals blijkt uit het rapport van de dekenale inspecteur (mei 1937) zou de restauratie zeer kostbaar geweest zijn. Maar vooral ze was veel te klein en uitbreiding was onmogelijk. De nieuwe kerk zou dan helemaal voor eigen rekening geweest zijn en dus niet te realiseren.

                                                                                                                                          Top

Klokken geschiedenis

 

Financiering

 Toen op 10 mei de nieuwe kerk was aanbesteed, heeft de pastoor zondag daaropvolgend de uitslag aan de parochianen meegedeeld. De hoofdbedoeling was de parochianen duidelijk te maken, dat voor een nieuwe kerk luidklokken onmisbaar zijn. Over 'n jaar moeten we de bisschop hier kunnen inluiden. De weg is al gevonden  't gaat alleen over het willen. Van de ruim 200 gezinnen zijn er 4 die duizend geven, 4 van 500, 10 van 100, 50 van 50, 50 van 25 en 100 van 10. 't is allemaal heel eenvoudig. Ieder weet zelf hoe zwaar ie is, leg het klaar en het wordt opgehaald. Misschien zit er ook nog een uurwerk aan. Op advies van de kerkmeesters werd de omgang nog wat uitgesteld, het voorjaar was bar slecht, de boeren liepen met lange gezichten. Maar toen eindelijk begin juni de malse regen los kwam en het gras eruit brulde hebben we zondag 20 juni de collecte opnieuw aangekondigd en aanbevolen, in 4 dagen hadden we een bedrag binnen van 11.971 gulden, dat in de volgende weken aangroeide tot 12.176 gulden. Bij de klokkengieter van Petit en Fritsen te Aarle Rixel en van Eijsbouts te Asten werd de prijs opgevraagd. Het prijsverschil bedroeg 76 gulden. De aanbieding van Petit en Fritsen voor 3 luidklokken met een totaal gewicht van 1000 kg, was 9.350 gulden, van lieverlee, door elektrificeren, automatisering en uurwerk is dit bedrag aangegroeid tot 15.254 gulden. Op 16 december is het kerkbestuur met de architect bij het gieten der klokken aanwezig geweest.

                                                                                                                                         Top

Opschriften van de klokken

Deze opschriften zijn afkomstig van rector H.Beex, redacteur van de St. Jansklokken. Op 1e  Paasdag 1955 werden de nieuwe klokken van onze kerk gedoopt door Jos. A. J. van Herpt, de deken van Oss. Als assistenten bij deze plechtigheid waren naast pastoor H. van Iersel, aanwezig de Weh. Kruisen, leraar aan het kleinseminarie en rector Beex uit Den Bosch die als peter en meter fungeerden. Ze zijn als volgt gedoopt:

    De zwaarste klok 501 kg

Mijn naam is :"DE HEER" ZOALS GIJ HEM HEBT ZIEN TE HEMELVAREN, ZO ZAL HIJ WEDERKOMEN.  ( Uit de mis van Hemelvaart.)

Zoals de apostelen ten hemel staarden, zo zullen, de  parochianen omhoog kijken, wanneer ze, vooral

's zondags voor de Hoogmis, de klokken zien en horen luiden. Zoals de apostelen aan de wederkomst des Heren herinnerd werden, zo moeten ook de parochianen door het luiden der klokken daaraan herinnerd worden. Het klokkengelui roept hen naar de kerk, waar De Heer in hun midden komt, het voorspel van zijn glorievolle wederkomst. Op deze klok wordt de slag van het uurwerk gemonteerd, ze verslaat de tijd. Ze herinnert aan aardse vergankelijkheid, richt de aandacht op de eeuwigheid. 

Maria klok 295 kg

Mijn naam is: "Maria" ZALIG, WIE LUISTERT NAAR MIJ.

(Uit epistel van OLV Onbevlekt Ontvangen)

Maria is het beeld van de kerk, zoals haar kind onderricht, zo onderricht de kerk ons (Voormis Preek). Het luiden der klok is een oproep om te komen luisteren (fides ex audito). 't was de bedoeling geweest, deze Maria klok als Angelus klok te gebruiken  Bij het storten van de Pylonen zijn achter de consoles van deze klok aangebracht in de nis, waar, zoals achteraf bleek, de automatische luidinstallatie niet kon gemonteerd worden.

      St. Jozef klok 213 kg

Mijn naam is: "Jozef" HEILIG LEVEN, ZALIG STERVEN.

De boodschap, die St. Jozef door zijn levensvoorbeeld tot ons richt, ligt in dit gebed ( oktobermaand) opgesloten. De klok roept de parochianen op te komen luisteren naar deze korte samenvatting van de Christelijke leer.

                                                                                                                                     Top

De verdere aankleding

 

Hoog Altaar versiering

In de week voor Passie zondag 1956 is de Altaar voorzijde versierd met reliŽfwerk van beeldhouwer Leo Geurtjens uit Berlicum  Die reliŽfs zullen het laatste avondmaal, het Kruisoffer en de verrijzenis uitbeelden. De drie grote waarheden waarop alles is terug te brengen en die logisch op elkander moesten volgen, want "als Christus niet verrezen was zou Hij vergeefs gestorven zijn", "Mysterium Fidei". 

De Vloerkleden

De vloerkleden in het priesterkoor, lopers op 't altaar en achter de communiebank zijn kosteloos handgeknoopt door de 76 jarige Mejuffrouw Pietje v.d. Tillaart te 's-Hertogenbosch 

Altaar

September 1956 is het antieke altaarkruis uit de 15 de eeuw, afkomstig uit zuid Frankrijk in de zaak van J Dirven te Eindhoven aangekocht. 

Tabernakel

In december 1956 waren in het atelier van H v..d. Tillaart te 's Hertogenbosch de Emaille versiering (met de vier evangelisten ) rondom het tabernakel, de eenvoudig gestroomlijnde expositietroon en de zes kandelaars klaar voor aflevering. 

Smeedwerk

Het sierlijk smeedwerk dat het priesterkoor links van de zangersruimte scheidt en rechts van de doopkapel.Als ook de Preekstoel en de communie banken zijn geheel verzorgd door smid A.v Amelsvoort uit Nuland. 

Beelden

De apostelvorsten Petrus en Paulus die voorin de kerk pronken zijn kostbare relieken uit de oude kerk. Op de moderne biechtstoelen prijken de vier evangelisten die ook uit de oude kerk komen maar een poos op de zolder van de pastorie hebben vertoefd. Ook het Mariabeeld is uit de oude kerk gered en via de noodkerk naar de nieuwe kerk verhuist waar ze nu een eigen kapel gekregen heeft.

Tuinaanleg

In 't najaar 1955 is het terrein rondom de kerk diep omgewerkt, zwaar bemest en puinvrij gemaakt Door rog en lupinebemesting is gewerkt aan structuurverbetering van de grond in 't najaar van 1956 is de binnentuin aangelegd en het terrein aan de straatkant iep geplant.

                                                                                                                                                    Top 

Indeling nieuwe Kerk

Mijnheer pastoor wilde bewust eens afstappen van altijd maar weer die basilica kerken en zijn architect, de heer Jan de Reus uit Oss had daar wel oren naar. Het bezichtigen van enkele moderne kerken in het buitenland gaf daarna de doorslag en zo kreeg Vinkel zijn beton kerk. En al mag men dan met ons van mening verschillen over het exterieur - we vertelden u al dat ge dat wat met boom en struik aangekleed moet zien - over het interieur is er maar een roep schitterend. En dan bedoelen we niet door geschitter van koper en verguldsel, maar schitterend door eerlijkheid en eenvoud. Want hoe blij en licht is deze kerk en wat concentreert zich alles op het hoogaltaar! Dat komt ten eerste omdat de verhoudingen in deze kerk zo erg mooi zijn - Nergens zit men te ver van het priesterkoor. Maar tweedes is ook de kleur van het interieur zo teer en sober gehouden, dat de feestelijke gewaden, die de priester straks aan het altaar zal dragen, alleen al door hun kleur aller aandacht zullen trekken. Toch moeten er meer dan 10 kleuren en nuances in de kerk verwerkt zijn! Al deze lichte tinten komen terug in de ramen, zodat men amper ziet waar die beginnen en waar de muren ophouden. de wand achter het altaar is een enorm crŤme vlak - niet doods want de gesausde baksteen brengt er volop leven in - dat enkel gebroken wordt door een groot eiken kruisbeeld, in de toekomst wellicht nog links en rechts aangevuld door een enkele figuur. Ook het hoogaltaar is in zijn eenvoud ontzaglijk mooi, vooral als straks (kerstmis ) de reliŽfs klaar zullen zijn die de beeldhouwer Geurtjens gaat kappen. Die reliŽfs zullen het laatste avondmaal, het Kruisoffer en de verrijzenis uitbeelden. De drie grote waarheden waarop alles is terug te brengen en die logisch op elkander moesten volgen, want "als Christus niet verrezen was zou Hij vergeefs gestorven zijn", Aan heel dit interieur is duidelijk te zien dat als hoofdbedoeling bij de pastoor en de architect heeft voorgezeten alle aandacht op het priesterkoor te leggen. Dat priesterkoor is links door sierlijk smeedwerk van de zangersruimte gescheiden en rechts op dezelfde wijze van de doopkapel. De doopkapel en de zangersruimte zijn achter in het uitwendig verhoogde deel van de kerk opgenomen. Via de zangers kapel bereikt men de sacristie. Die sacristie is een aparte vermelding waard. Van de pastorietuin gezien heeft zij veel van een wat groot uitgevallen tuinhuis. Ook hier dus de "lichte" stijl van de kerk, waardoor tevens vermeden werd, dat de sacristie tot een lelijke uitwas van de kerk zou worden. Bovendien is de sacristie van binnen erg doelmatig ingedeeld. Dat woord "doelmatig" zou men eigenlijk als hoogste lof voor de gehele bouw kunnen bezigen; een moderne kerk - een kerk dus die geen kiekeboe speelt met deze tijd, maar die de mogelijkheden van het moderne materiaal te baat neemt en zo bereikt dat de priester hier praktisch te midden van zijn parochianen aan het altaar staat.

                                                                                                                                                  Top

Eenvoud kenmerkt het ware 

Eenvoudig en eerlijken daarom mooi, dat is alles in de Vinkelse kerk. We denken hier aan de deuren aan de biechtstoelen aan de banken ( die ge hier ziet of niet ziet, maar niet per se moet zien) aan de klokken buiten, die ge vrij in de openlucht kunt zien bengelen, aan het smeedwerk binnen (een grote pluim voor de smid A.v Amelsvoort uit Nuland) en natuurlijk ook aan de apostelvorsten Petrus en Paulus kostbare relieken uit de oude kerk. Over de klokken gesproken die kosten maar liefst 13.000 gulden en .... in 3 daags tijd was het geld bijeen. En als ge dan weet dat ge in Vinkel geen rijkdom moet zoeken zegt dat toch wel iets! Maar afgezien van de grote som geld, de snelheid waarmee dit bedrag bijeen werd gebracht is bijkans ongelofelijk, als u weet, dat men ruim een uur nodig heeft om de parochie volgens haar grootste breedte door te fietsen! Als we 't wel hebben behoort dit kerkdorp tot vijf gemeenten. Dan is een pastoor en vijf burgemeesters. We gaan daar niet dieper op in, maar al is de verstandhouding tussen wereldlijk en kerkelijk gezag prima, toch zal dit administratieve Babel ongetwijfeld de nodige moeilijkheden met zich brengen.

Enfin de kerk is groot genoeg om zonodig alle burgemeesters een mooie plaats te geven bij de Consecratie van dinsdag 16 augustus as (1956). Want dan is het Vinkels grote dag. Een grote dag ook voor pastoor H. van Iersel en architect Jan de Reus. En natuurlijk ook voor de aannemers gebr de Veer uit Geffen, die alles hebben gedaan om de kerk zo mooi en zo goedkoop mogelijk te bouwen.

                                                                                                                                                  Top

Vinkel: De veranderingen 1884-1955 

Het memoriale uit het Vinkelse parochiearchief is zeer lezenswaardig. Zo lezen we daar hoe pastoor Vogels, de stichter der kerk de aankomst schetst van de bisschop uit Den Bosch. Naar Vinkel gereden ter kerkwijding. Dat was Mgr. Adrianus Godschalk, die met zijn gespan, getrokken door gitzwarte paarden naar Vinkel kwam. Tenminste zolang de paarden de keiweg naar Grave konden volgen bleven die paardjes mooi zwart, maar toen ze ter hoogte van Nuland rechtsaf moesten, de mulle rulle zandweg in naar Nulands Vinkel toen veranderde de prettige wandelrit in een woestijnrit en toen de bisschop eenmaal in Vinkel was, stonden er geen zwarte hengsten meer voor het rijtuig - zo schreef pastoor Vogels - maar appelschimmels! En laten we voor monseigneur hopen dat het geen open rijtuig is geweest..

Intussen is er in Vinkel wel wat veranderd. De kerk van pastoor Vogels is verdwenen en in plaats van door los zand naar Vinkel te moeten kunt u nu wel van drie kanten Vinkel over een harde weg bereiken. Er hoeft dus volgende week maandag als monseigneur Mutsaerts naar Vinkel komt geen emmer met spons en zeem klaar te staan om van de grijze auto van monseigneur weer een zwarte te maken. Er is nog meer veranderd in Vinkel, de bronolielamp is uitgeblazen, trouwens pas een goeie vier jaar geleden, en om maar meteen het allernieuwste te vermelden, er staat een spiksplinternieuwe kerk. En al mag Vinkel dan nog wat achteraf liggen en nog steeds om in PNEM termen te spreken "onrendabel" gebied zijn, met haar spik splinter nieuwe kerk is zij veel plaatsen ver vooruit. Want Vinkel heeft namelijk een van de eerste beton kerken van ons bisdom

                                                                                                                                    Top

Kerk consecratie te Vinkel

 

Op 15 augustus 1955 wordt de Vinkelse kerk gewijd door de bisschop van Den Bosch Mgr. W. Mutsaerts.En alsof er geen drukke oorlogstijd bestond, heeft de Vinkelse bevolking aan de laatste Zondag en het feest van Maria ten Hemelopneming nog een derde "vrije dag " toevoegt. Daartoe was ongetwijfeld alle reden. Immers gisteren had de plechtige consecratie van haar parochie kerk plaats, een gebeurtenis welke men op z'n "paasbest" wilde bijwonen, een "Paasbest" van moderne snit en maaksel maar ook van ouderwetse en oerdegelijke zwart lakense pakken van de zo mooie Brabantse muts met dito poffer. En al behoorde dat lakense pak en die Brabantse muts tot de uitzonderingen, ze misstonden geenszins in deze kerk, waarvan de stijl wel gedurfd is genoemd, maar welke in ieder geval een kerk is voor mensen die hun traditioneel geloof willen handhaven. Reeds om 8 uur begonnen de plechtigheden voorafgegaan door de geestelijkheid maakte Mgr. Mutsaerts tot driemaal toe een zegende rondgang, de muren aan de buitenzijde besprenkelend met wijwater. Later werden er in de kerk liturgische handelingen verricht, uitsluitend in tegenwoordigheid van de Bossche Bisschop en zijn vele assistenten. Dan waren ook de tegenwoordig met de zo zinvolle wijding van het altaar, de zalving van de muren. Dat alles werd besloten met een pontificale H. Mis. Het parochieel zangkoor zong de wisselende gezangen, terwijl de vaste gezangen, gedeeltelijk door de aanwezigen werden meegezongen.

               

De assistenten

De assistentie was als volgt: Presbyter assistens Dr. Bannenberg, regent van het seminarie; Diaconi ad thronum. Pastoor Goosens, Nuland en pastoor Cox Maren, Diaconus Misse et Consecrationis pastoor v.d. Biggelaar, Maliskamp Subdiaconis Missae et consecrationis pastoor De Leyer, Hintham eerste Caeremoniarius, de secretaris van de bisschop de Zeer eerwaarde heer Kooien; de tweede caeremoniarius de assistent, te Vinkel. Norbertijn de weleerw. Heer v.d. Elzen; ad librum de weleerw. heer Kruise Kapelaan te Nuland; ad baculum, pastoor Claassens; Tempel Cerofererij pastoor van Vlerken, Oss en Pater Rudolphus, Nuland; ad Candelam kapelaan Galema, Geffen ad gremiale kapelaan Vogels, Rosmalen; Cantores rector v Stokkem, kapelaan v.d. Ven en de theologanten de gebroeders Dijkstra, allen uit Oss.

Als toorts dragers fungeerden de burgemeesters van Berlicum, Geffen, Heesch en Nuland, waardoor op de meest treffende wijze werd verzinnebeeld hoezeer de verschillende gemeenten, waartoe het kerkdorp Vinkel behoort er een eer instellen dat dit kerkdorp een eigen schoon en nieuw Godshuis rijk werd. Voldaan zijn de talrijke gelovigen van de in geestelijk opzicht zo luisterrijke plechtig heden huiswaarts gekeerd.

                                                                                                                                               Top 

Waarom wij deze kerk mooi vinden? 

 Er zijn mensen die een nieuwe kerk mooi vinden omdat ze van beton is, anderen omdat er zoveel kleuren in verwerkt zijn (men fluistert dat er in de Vinkelse kerk meer dan 10 verschillende kleuren te ontdekken zijn), weer anderen omdat je er zo goed in kunt bidden. Er zijn er ook die een kerk mooi vinden omdat vanaf alle plaatsen het altaar zo goed zichtbaar is. Wij willen u nu vertellen waarom de de nieuwe kerk van Vinkel ons bekoort. Hoe gek het ook moge lijken, toch zal het nuttig zijn eerst iets te vertellen van de kerk als levende gemeenschap, de kerk dus zoals die concreet bestaat in een bisdom dat verdeeld is in dekenaten die weer bestaan uit een aantal parochies. 

De kerk als Lichaam van Christus en het Gods volk op weg

Dat zijn niet bepaald alledaagse woorden, zult u zeggen. Helaas niet. In de H. schrift daarentegen komen ze herhaaldelijk voor, met name bij St Paulus.  Wat bedoeld de apostel daar nu eigenlijk mee? Met het beeld van de Kerk als Lichaam van Christus wil hij aangeven de nauwe band welke wij hebben met Christus, een band die zo innig is dat, we spreken van "Leven in Christus". In Christus leven wij allemaal vanaf het moment dat we gedoopt zijn, ieder afzonderlijken heel de parochiegemeenschap, tenminste als dat leven niet door een zonde verminkt werd. Die parochiegemeenschap is in eenheid met bisschop als het ware het lichaam van Christus die het hoofd is. Nu moeten we hierbij niet denken aan een menselijk lichaam (dus hoofd armen en benen) en ook niet aan wat men een geleerd woord noemt een moreel lichaam dat b.v. de leden van een voetbalclub of harmonie samen vormen. Nee, het is een mystiek lichaam, hiermee word aangeven dat de band tussen Christus en ons zo innig is dat er eigenlijk geen menselijke term voor aanwezig is die het precies kan uitdrukken. We merkten al op dat deze eenheid allereerst tot stand komt door het doopsel. Die eenheid moet echter groeien we moeten de volle mannenmaat nog bereiken, precies als in het menselijk leven van kleine baby moeten we opgroeien tot volwassen mens. Dat groeiproces word aangeduid met het beeld van het Volk Gods dat op weg is naar de Vader in de hemel. Hoe dichter wij bij de Vader komen, hoe meer we gegroeid zijn in Christus. En deze groei wordt voltooid bij het laatste oordeel, ook wel Parousie genaamd, de dag dat Christus wederkomt om te oordelen, om het verlossingswerk aan ons te voltooien. Als steunpunten voor onderweg, als oasen in die woestijntocht (denken we aan de tocht van de Joden door de woestijn, een voorafbeelding van de tocht van de tocht welke de kerk, de parochiegemeenschap, maakte). hebben we gekregen de sacramenten vooral de H. mis. Hier ontmoeten we immers Christus op bijzondere wijze doordat we mogen aanzitten aan zijn offermaaltijd. Naast de H sacramenten kan het Christusleven in ons doorgroeien door het luisteren naar het woord van God, zoals dat tot ons komt in het epistel, het Evangelie en in de preek van de pastoor. Ook door het gebed en de verschillende devoties, zoals de Sacraments devotie, de Maria verering, de kruisweg, de verering van de heiligen. Deze devoties kunnen we gemeenschappelijk of ieder afzonderlijk beoefenen hetzij in het kerkgebouw hetzij thuis. 

De taak van de priester hierbij. 

Zonder twijfel is het u al dikwijls opgevallen dat die tocht naar de Vader, dat groeien in Christus, niet volbracht kan worden tenzij samen met de bisschop, die zich laat vertegenwoordigen door de pastoor. De pastoor is het, met zijn kapelaans en assistenten, die ons - om een ander bijbels beeld te gebruiken, dat in de eerste Petrus -brief gebruikt wordt, inbouwt als stenen in de levende Steen welke Christus is. 

De taak van het kerkgebouw in dit groeiproces.

Dit inbouwen in Christus gebeurt allereerst en hoofdzakelijk in het Kerkgebouw, waar we in normale omstandigheden gedoopt en gevormd worden, waar de parochie gemeenschap samenkomt om de H.mis te vieren, waar we biechten en luisteren naar de preek, waar het H.sacrament vereerd wordt en waar we de kruisweg bidden, Maria vereren en ook de heilige die ons bijzonder aanspreekt. Let wel, we zeggen: hoofdzakelijk niet uitsluitend.Nu vinden wij het kerkgebouw mooi als het dit groeien in Jezus vergemakkelijkt, als het dus een zodanige vormgeving heeft gekregen dat we als het ware spontaan mee doen, mee werken aan dit inbouwen in Christus, een werk dat allereerst gebeurt door God zelf. 

De Vinkelse Kerk en deze tocht naar de Vader. 

Als we in de kerk van Vinkel binnenstappen komen we in een prachtige ruimte waar het altaar centraal staat. Hier wordt dus uitstekend geaccentueerd dat de H. Mis het voornaamste is in ons leven de offermaaltijd. (Jammer dat er geen werkelijke offertafel staat). Het centrale van deze plaats heeft de architect ook nog benadrukt door het plafond van het priesterkoor hoger te maken dan de ruimte waarin de gelovigen thuis horen, en vooral door het priesterkoor nog meer licht te geven dan in het kerkschip reeds het geval is. Misschien had het priesterkoor ook nog iets hoger mogen liggen om ook weer het onderscheid, het verschil in functie tussen de priester en de gelovigen te beklemtonen en het gevaar te voorkomen dat bij een volle kerk de mensen achterin moeite hebben alles wat ze moeten volgen op het altaar ook metterdaad te kunnen volgen.De ene ambo, de preekstoel, op het priesterkoor valt ook direct op. Vanaf deze centrale plaats komt het woord van God ons tegemoet. Iedereen kan de predikant of lezer goed zien en ook horen. 

De Doopkapel 

De twee andere sacramenten die in de kerk toegediend worden zijn doopsel en de biecht. Het is een goede traditie in de kerkbouw (om zo het binnentreden in de kerk, het mystieke Lichaam van Christus te verzinnebeelden) ofwel achter in de kerk te plaatsen om de parochianen telkens bij het binnentreden van hun kerk te herinneren aan dit sacrament dat zoveel consequenties heeft voor ons leven. Jammer dat dit in Vinkel niet zo goed tot zijn recht komt. Daar immers is de doopkapel recht van het priesterkoor gebouwd. De Doopfond welke er in staat is een juweeltje 

De Biechtstoelen 

Deze zijn aangebracht in de rechterzijbeuk, in zoverre men althans van een beuk kan spreken. Het zijn fraaie meubelstukken, alhoewel ze iets meer licht hadden mogen binnen laten. De biecht is immers ook een ontmoeting, een gesprek met Christus die zich laat vertegenwoordigen  door de biechtvader. En een gesprek voert men niet in het pikkedonker 

Het Devotieleven 

Helaas is de architect er niet in geslaagd de mogelijkheid tot devotieleven in het kerkgebouw te verwezenlijken, terwijl toch de oplossing - als we ons niet vergissen - toch voor de hand lag. Men had n.l. makkelijk een aparte ruimte kunnen aanbrengen als devotieruimte, onderscheiden van de zaal waar het offermaal gevierd wordt en de verkondiging van het woord plaats heeft, maar niet gescheiden ervan, en wel door de linkerzijbeuk te laten vervallen en deze ruimte te trekken bij de rechterzijbeuk. Dan was er plaats geweest voor een mooi Maria kapelletje, de kruiswegstaties konden erin ondergebracht worden en wellicht ook een beeld van een heilige waar Vinkel een bijzondere voorkeur voor heeft. Bovendien hadden de gelovigen dan de beschikking gehad over een meer intieme ruimte, zo noodzakelijk voor de persoonlijke devotie. Maar dit is slechts een opmerking om te illustreren dat ook dit werk mensenwerk is en dus aan beperktheid onderhevig. Het geheel overziende moet men zeggen: Vinkel kan zich gelukkig prijzen met zo'n fraai kerkgebouw en met een pastoor die een grote ijver aan de dag legt om de tocht naar de Vader voor zijn parochianen zo makkelijk mogelijk te maken ook door een zo smaakvol en doelmatig kerkgebouw als architect de Reus hier heeft ontworpen. Een kerkgebouw overigens dat mogelijk voor Brabant origineel is, zeker niet voor Nederland.

Aldus geschreven door:   G. Laudy, o, praem  in augustus 1956                                                                                       Top